ECLI:NL:RVS:2000:AA6889
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- A. Kosto
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om inzage toelatingsaanvraag bestrijdingsmiddel Tanalith 3485 op grond van bijzondere openbaarmakingsregeling
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om het verzoek van appellante om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de toelating van de bestrijdingsmiddelen Basilit ACX-1 en Tanalith 3485 gedeeltelijk af te wijzen. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak voor zover het belang van appellante bij een inhoudelijke beoordeling werd ontkend.
De kern van het geschil betreft de vraag of het verzoek om inzage in het toelatingsaanvraagformulier van Tanalith moet worden getoetst aan de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) of aan de bijzondere openbaarmakingsregeling van artikel 22 van Pro de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De Afdeling stelt vast dat artikel 22 een Pro uitputtende regeling bevat die specifiek is gericht op de bescherming van milieu en volksgezondheid en daarmee de Wob in dit kader beperkt.
De Afdeling oordeelt dat gegevens over schadelijke stoffen die in het toelatingsaanvraagformulier zijn opgenomen niet vertrouwelijk hoeven te blijven en dat de minister het verzoek om inzage in dat formulier aan de Bestrijdingsmiddelenwet had moeten toetsen. De openbaarmaking van interne beraadsstukken kan echter worden geweigerd op grond van artikel 11 van Pro de Wob vanwege de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen.
Ten aanzien van de onderzoeksrapporten behorende bij het aanvraagformulier wordt geoordeeld dat de minister de weigering tot openbaarmaking redelijk heeft kunnen motiveren vanwege het belang van de toelatingsaanvragers en de kostbaarheid van de rapporten. De Afdeling vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en draagt het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen op een nieuw besluit te nemen, waarbij tevens proceskosten worden toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in het toelatingsaanvraagformulier van Tanalith 3485 is terecht afgewezen op grond van de bijzondere openbaarmakingsregeling van artikel 22 van de Bestrijdingsmiddelenwet.