ECLI:NL:CBB:2009:BI7154
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over schadevergoeding wegens gebrekkige toepassing van maatregelen bij verdachte dieren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar bezwaren tegen een eerder besluit over de verdachtverklaring en doding van vogels op haar bedrijf gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk werden verklaard. Het geschil betreft de vraag of de Minister onrechtmatig heeft gehandeld door slechts een deel van de vogels als verdacht te verklaren en te doden, terwijl volgens de wettelijke bepalingen alle vogels in dezelfde verblijfplaats als verdacht hadden moeten worden aangemerkt.
In eerdere uitspraken heeft het College vastgesteld dat het besluit van 29 maart 2003 niet voldoende gemotiveerd was en dat de Minister onvoldoende heeft onderzocht of het achterwege laten van de verdachtverklaring en doding van een deel van de vogels onrechtmatig was en aanleiding gaf tot schadevergoeding. Het bestreden besluit volgt grotendeels dezelfde lijn en faalt eveneens in de motivering.
Het College oordeelt dat de Minister ten onrechte heeft nagelaten een besluit te nemen over de overige vogels en dat het beroep gegrond is wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het geschil voor de tweede keer leidt tot vernietiging van een beslissing op bezwaar, besluit het College zelf in de zaak te voorzien. Het onderzoek wordt heropend en partijen krijgen gelegenheid hun standpunten over de omvang van de schade nader toe te lichten, met het oog op een mogelijke minnelijke regeling.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit wegens ontoereikende motivering en heropent het onderzoek voor nadere vaststelling van de schade.