ECLI:NL:CBB:2009:BJ0650
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing verdachtverklaring en doding dieren bij mond- en klauwzeer
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin zijn evenhoevige dieren verdacht werden verklaard van besmetting met mond- en klauwzeer (mkz) en maatregelen zoals doding werden opgelegd. De procedure werd meerdere malen aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraken van het Hof van Justitie over de toepasselijke Europese regelgeving.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de verdachtverklaring en de proportionaliteit van het non-vaccinatiebeleid dat leidde tot doding van de dieren. Appellant betwistte de aanwezigheid van mkz-verschijnselen en stelde dat vaccinatie een passend alternatief was. Verweerder verwees naar Europese richtlijnen en besluiten die het non-vaccinatiebeleid en de doding van dieren rechtvaardigen.
Het College oordeelde dat het besluit tot verdachtverklaring onvoldoende was gemotiveerd omdat geen schriftelijke vastlegging van de waarnemingen van de dierenarts in het dossier aanwezig was. Dit leidde tot gedeeltelijke vernietiging van het besluit. Desondanks liet het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de veterinaire onderbouwing door verweerder niet was betwist en het non-vaccinatiebeleid niet disproportioneel was. Het beroep werd gegrond verklaard, proceskosten werden toegewezen en het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.