ECLI:NL:CBB:2009:BJ0675
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van besluit tot doding verdachte dieren bij mond- en klauwzeer
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar evenhoevige dieren verdacht te verklaren van besmetting met mond- en klauwzeer (mkz) en deze dieren te doden. Dit besluit was gebaseerd op de vaststelling van mkz op een nabijgelegen bedrijf binnen een straal van twee kilometer.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Minister terecht heeft geoordeeld dat de dieren verdacht waren en of het beleid van preventieve doding gerechtvaardigd was. Appellante betwistte het beleid en stelde dat vaccinatie een beter alternatief was en dat de dieren onterecht waren gedood, mede omdat de termijn van verdenking zou zijn verstreken.
Het College oordeelt dat de Minister redelijk heeft gehandeld gezien de besmettelijkheid van het mkz-virus en de Europese regelgeving die het doden van verdachte dieren voorschrijft. Vaccinatie was ten tijde van het besluit geen toegestane optie. Ook acht het College het beleid niet buitenproportioneel en wijst het beroep af.
De uitspraak benadrukt dat het doden van dieren een ingrijpende maatregel is, maar maatschappelijk aanvaard wordt binnen de veehouderij en noodzakelijk is voor de volksgezondheid en dierziektebestrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot doding van verdachte dieren wegens mond- en klauwzeer wordt ongegrond verklaard.