ECLI:NL:CBB:2009:BJ3139
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bedrijfstoeslag 2006 wegens te late indiening aanvraag
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag bedrijfstoeslag 2006 wegens het niet tijdig indienen van de verzamelaanvraag. De aanvraag werd pas na de uiterste datum van 31 mei 2006 ingediend, namelijk op 11 december 2006, waardoor deze volgens de toepasselijke Europese regelgeving moest worden afgewezen.
Verweerder heeft aangevoerd dat de termijnen dwingend zijn en dat appellante verantwoordelijk is voor tijdige indiening, ook al was haar toeslagrechtenstatus op het moment van de uiterste datum nog niet definitief vastgesteld. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van melkveehouders die na de termijn alsnog hun aanvraag konden indienen via het coulancebeleid van het Productschap Zuivel, maar het College oordeelde dat dit beleid niet door verweerder werd gevolgd en niet tot toepassing kon worden gebracht.
Het College overwoog verder dat er geen sprake was van een kennelijke fout in de oorspronkelijke Gecombineerde opgave en dat appellante geen aanvraag had ingediend met het formulier van 12 mei 2006. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de Europese regelgeving geen ruimte laat voor afwijking van de termijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van de aanvraag bedrijfstoeslag 2006.