ECLI:NL:CBB:2009:BK3455
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.O. Kerkmeester
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefmaatregel vaste gespreksafgifte en belanghebbendheid concurrenten in geschil tussen KPN en BT
In deze zaak stond centraal of BT terecht haar vaste gespreksafgifte (FTA) tarieven baseerde op het kostengeoriënteerde tarief van KPN zoals vastgesteld in Annex A van het WPC-besluit, en of Tele2 en UPC als belanghebbenden konden worden aangemerkt. KPN had bezwaar tegen het besluit van OPTA om de last onder dwangsom tegen BT in te trekken, omdat BT volgens KPN tarieven hanteerde die niet in overeenstemming waren met de feitelijk door KPN gehanteerde lagere tarieven uit Annex B.
Het College overwoog dat het systeem van vertraagde reciprociteit vereist dat tarieven van andere aanbieders worden gekoppeld aan het kostengeoriënteerde tarief van een efficiënte aanbieder, en niet aan de lagere, feitelijke tarieven die KPN privaatrechtelijk hanteert. Dit voorkomt onwenselijke gevolgen voor de markt en waarborgt rechtszekerheid in het publiekrechtelijke tariefsreguleringstelsel.
Verder oordeelde het College dat Tele2 en UPC, als concurrenten van BT en KPN op de markt voor vaste telefonie, belanghebbenden zijn bij het besluit, omdat de uitkomst van het geschil directe invloed heeft op hun concurrentiepositie. Het beroep van KPN werd ongegrond verklaard en het besluit van OPTA om de last onder dwangsom tegen BT in te trekken werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van KPN wordt ongegrond verklaard en het besluit van OPTA om de last onder dwangsom tegen BT in te trekken wordt bekrachtigd.