ECLI:NL:CBB:2008:BG5756
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.O. Kerkmeester
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over redelijkheid van FTA-tarieven tussen Tele2 en KPN
Tele2 stelde beroep in tegen een besluit van OPTA waarin een geschil met KPN over de door Tele2 gehanteerde fixed terminating access (FTA)-tarieven werd beslecht. OPTA bepaalde dat de FTA-tarieven van Tele2 niet hoger mochten zijn dan het niveau bepaald volgens het principe van vertraagde reciprociteit, conform de Beleidsregels 2007.
Tele2 voerde aan dat OPTA onterecht de Beleidsregels 2007 toepaste, dat zij haar tarieven rechtsgeldig had verhoogd op grond van de interconnectieovereenkomst, en dat het besluit neerkwam op een verkapte marktanalyse zonder de juiste procedurele waarborgen. Tevens stelde Tele2 dat de relatie tussen FTA- en MTA-tarieven onvoldoende in aanmerking was genomen en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheids-, vertrouwens- en motiveringsbeginsel.
Het College oordeelde dat het FTA-tarief niet langer voortvloeit uit de interconnectieovereenkomst en dat OPTA terecht bevoegd was het geschil te beslechten op grond van artikel 12.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet. Het College bevestigde dat OPTA een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het principe van vertraagde reciprociteit een redelijke grondslag vormt voor de tariefbepaling. Verder was er geen sprake van een verkapt marktanalysebesluit en mocht OPTA de redelijkheid van het tarief beoordelen zonder differentiatie naar verkeersstromen van mobiele aanbieders.
Het beroep van Tele2 werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Tele2 wordt ongegrond verklaard en het besluit van OPTA bevestigd dat de FTA-tarieven niet hoger mogen zijn dan het niveau van vertraagde reciprociteit.