ECLI:NL:CBB:2009:BL3132
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaststelling loodsgeldtarief 2010
De Nederlandse loodsencorporatie (Loodswezen) heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit om het loodsgeldtarief voor 2010 met 4,1% te verlagen ten opzichte van het voorstel van de corporatie. Het Loodswezen verzocht om een voorlopige voorziening om dit besluit gedeeltelijk of geheel te schorsen, omdat zij vreest dat de verlaging leidt tot een vermindering van beschikbaarheidsuren, inkomensderving en aantasting van de kwaliteit van de loodsdienstverlening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van het Loodswezen vooral financieel is en dat dit op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de continuïteit van het Loodswezen of de kwaliteit van de dienstverlening daadwerkelijk in gevaar komt. Verweerder heeft bovendien aangegeven dat eventuele te lage tarieven in 2010 kunnen worden gecorrigeerd via nacalculatie in 2011, waardoor onomkeerbare gevolgen worden voorkomen.
Het Loodswezen stelde dat het besluit evident onrechtmatig is omdat het buiten de bevoegdheid van verweerder zou zijn gesteld en in strijd met het kostentoerekeningssysteem en het wettelijke tariefmodel. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verweerder bevoegd is het voorstel aan te passen indien dit onvoldoende bijdraagt aan efficiëntie en kwaliteit, en dat het besluit niet evident onrechtmatig is. Ook het betoog dat het besluit spanningen veroorzaakt met de Vlaamse overheid vanwege de Scheldevaart wordt verworpen.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang en onvoldoende bewijs van onrechtmatigheid, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot verlaging van het loodsgeldtarief 2010 wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatigheid.