ECLI:NL:CBB:2010:BM5050
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- F. Stuurop
- M. van Duuren
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en proceskosten bij heffing Productschap Pluimvee en Eieren
Appellante, een onderneming actief in de pluimveesector, maakte bezwaar tegen twee heffingsaanslagen opgelegd door het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) over broedeieren van oktober en november 2007. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het geschil betrof onder meer de vraag of het maandelijks opleggen van heffingen door het productschap was toegestaan en of er sprake was van schending van artikel 11 EVRM Pro inzake vrijheid van vereniging. Het College oordeelde dat het productschap een publiekrechtelijk orgaan is en geen privaatrechtelijke vereniging, zodat artikel 11 EVRM Pro niet van toepassing is op de verplichte aansluiting.
Verder stelde het College vast dat de heffingsverordeningen niet expliciet de frequentie van heffingen regelen, maar dat de praktijk van maandelijkse heffingen niet onredelijk is gezien de administratieve verplichtingen van de ondernemer. Het beroep werd gegrond verklaard omdat het bestreden besluit niet op dit bezwaar was ingegaan, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Ten slotte werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, waaronder kosten van rechtsbijstand en griffierecht. Andere bezwaren van appellante werden verworpen, waaronder het ontbreken van ministeriële goedkeuring van de verordeningen en de specificatie van de heffingen op de facturen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.