ECLI:NL:CBB:2010:BN0929
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E. Dijt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing klachten over vermeende mededingingsbeperking op de bergingsmarkt
Appellanten hebben bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) klachten ingediend wegens vermeende schending van de Mededingingswet op de bergingsmarkt voor voertuigen, met name over het functioneren van het Landelijk Centraal Meldpunt (LCM) en de rol van politie en verzekeraars. De NMa wees deze klachten af en handhaafde deze afwijzing in bezwaar. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de meeste appellanten ongegrond, maar verklaarde het beroep van één appellant niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat de ontheffing voor het collectieve Incident Management (IM)-systeem voor het onderliggende wegennet per 1 juli 2003 niet correct was ingetrokken en dat er sprake was van parallel marktgedrag en koppelverkoop door verzekeraars. Het College overwoog uitgebreid dat het parallel gedrag van alarmcentrales niet zonder meer wijst op verboden afstemming en dat de voortzetting van contracten een legitieme verklaring kent. Ook oordeelde het College dat de politie handelde binnen haar publieke taak en niet als onderneming, zodat de Mededingingswet daarop niet van toepassing is.
Verder verwierp het College de stelling dat koppelverkoop plaatsvond die de mededinging beperkte, omdat appellanten dit niet aannemelijk hadden gemaakt. Ook het beroep op nietigheid van het IM-systeem werd afgewezen, waarbij werd benadrukt dat nietigheid van rechtshandelingen aan de civiele rechter toekomt. Het College verklaarde het hoger beroep van één appellant niet-ontvankelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarbij geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de afwijzing van de klachten wegens mededingingsbeperking en verklaart het hoger beroep van één appellant niet-ontvankelijk.