ECLI:NL:CBB:2010:BN4891
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang bij verwaarlozing van honden in strijd met Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante werd geconfronteerd met bestuursdwang nadat de leefomstandigheden van haar honden ernstig werden aangetroffen. Na meldingen over een vervuilde woning met dieren, voerden de GGD en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming onderzoek uit. Uit proces-verbalen bleek dat de woning vies was, met urinegeur, uitwerpselen, schimmel en een ernstige vlooienplaag. De dieren hadden onvoldoende water en voer, en een hond had een grote tumor.
Ondanks afspraken en een termijn om de situatie te verbeteren, bleef de toestand onveranderd. Verweerder besloot bestuursdwang toe te passen en de honden mee te voeren en op te slaan. Appellante voerde aan dat de beschrijvingen onjuist waren, dat zij de dieren goed verzorgde en dat de spoedeisendheid ontbrak.
Het College oordeelde dat het proces-verbaal betrouwbaar was en dat appellante onvoldoende bewijs leverde om de bevindingen te betwisten. De verwaarlozing van de dieren en de ernstige hygiënische omstandigheden rechtvaardigden bestuursdwang. Ook was er geen concreet zicht op verbetering binnen de gestelde termijn, waardoor onmiddellijke handhaving proportioneel en subsidiariteit was.
Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen bestuursdwang is ongegrond verklaard en het besluit tot onmiddellijke toepassing van bestuursdwang gehandhaafd.