ECLI:NL:CBB:2010:BN5472
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgrondslag en rechtmatigheid van retributies voor officiële controles door VWA
In deze zaak zijn meerdere beroepsprocedures gevoerd tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaren tegen facturen van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) voor officiële keuringswerkzaamheden zijn afgewezen.
Appellanten betoogden onder meer dat de Regeling retributies niet deugdelijke wettelijke grondslag heeft, dat geen rekening is gehouden met het type bedrijf bij tariefvaststelling, dat kosten van toezicht door officiële dierenartsen en assistenten onterecht worden doorberekend, dat tarieven niet in rechtstreeks verband staan met kosten, en dat sprake is van verboden staatssteun. Verweerder stelde dat de Landbouwwet voldoende grondslag biedt, dat de tarieven conform Europese verordeningen zijn vastgesteld, en dat de kosten rechtmatig en transparant zijn doorberekend.
Het College oordeelt dat de Regeling retributies een wettelijke basis vindt in artikel 22a van de Landbouwwet, dat rekening is gehouden met type bedrijf en risicofactoren via protocollen, dat doorberekening van toezichtkosten gerechtvaardigd is op grond van Europese regelgeving, en dat de tarieven niet hoger zijn dan de kosten en in rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden. Het College wijst het betoog over verboden staatssteun af omdat lagere tarieven voor kleine bedrijven niet onderdeel zijn van het geschil.
Wel constateert het College dat de hoorplicht is geschonden voor enkele appellanten die niet zijn gehoord, waardoor de besluiten voor hen worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand blijven. Verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en tot vergoeding van griffierechten voor deze appellanten.
Uitkomst: De beroepen van enkele appellanten worden gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, met vernietiging van de besluiten voor hen, terwijl de overige beroepen worden afgewezen.