ECLI:NL:CBB:2010:BP6869
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.L.W. Aerts
- E.R. Eggeraat
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over facturen VWA keuringswerkzaamheden en hoorplicht
Appellante, een bedrijf aangesloten bij de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), maakte bezwaar tegen meerdere facturen van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) voor keuringswerkzaamheden, welke door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ongegrond werden verklaard. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de tarieven en de vermeende schending van de hoorplicht.
Na een eerdere pilotprocedure en een uitspraak van het College op 20 juli 2010, waarin soortgelijke beroepen werden behandeld, voerde appellante aan dat het College ten onrechte geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie had gesteld over de toepassing van Europese regelgeving. Tevens stelde zij dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure was geschonden en dat de tarieven onjuist waren vastgesteld zonder rekening te houden met bedrijfsprotocollen.
Het College oordeelde dat het niet noodzakelijk was prejudiciële vragen te stellen, omdat de Europese regelgeving duidelijk was uitgelegd in eerdere uitspraken. Het rapport Normstelling en de bedrijfsprotocollen waren openbaar en toegankelijk, en appellante had deze kunnen opvragen. Wel stelde het College vast dat de bestreden besluiten zijn genomen zonder dat appellante in de gelegenheid was gesteld haar bezwaren te horen, wat in strijd is met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom verklaarde het College de beroepen gegrond en vernietigde de bestreden besluiten, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken vanwege eerdere veroordelingen in samenhangende zaken.
Uitkomst: De beroepen van appellante worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en griffierecht wordt vergoed.