ECLI:NL:CBB:2010:BO5197
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Herziening boeteoplegging bouwfraude wegens overschrijding redelijke termijn en toerekening moedermaatschappij
In deze zaak staat de boeteoplegging door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan Beheersmaatschappij A B.V. centraal, naar aanleiding van het bouwfraudeonderzoek gericht op verboden prijsafspraken in de GWW-sector. De moedermaatschappij werd mede aansprakelijk gehouden voor de overtredingen van haar dochteronderneming C & D B.V. De procedure omvatte een versnelde sanctieprocedure en meerdere bestuursbesluiten, gevolgd door bezwaar en beroep.
Het College bevestigt dat de toerekening van de overtreding aan de moedermaatschappij terecht is, gelet op het 100% aandeelhouderschap en het vermoeden van beslissende invloed dat niet overtuigend is weerlegd. De bewijslast voor de overtreding rust op NMa, terwijl de moedermaatschappij het vermoeden van invloed moet weerleggen. De onschuldpresumptie speelt hierbij geen rol.
Daarnaast oordeelt het College dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak is overschreden. De termijn van ruim drie jaar tot aan de uitspraak van de rechtbank is te lang, evenals de duur van de hoger beroepsprocedure. Dit leidt tot een boetevermindering van 10% met een maximum van € 10.000.
Het College vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en stelt de aansprakelijkheid van appellante vast op € 202.790. Tevens wordt NMa veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete voor Beheersmaatschappij A B.V. wordt verminderd tot € 202.790 wegens overschrijding redelijke termijn en bevestiging van toerekening.