ECLI:NL:CBB:2011:BQ0810
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Duuren
- B. Verwayen
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslissing raad van tucht over rapport van accountant in overheidsdienst
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad van tucht voor registeraccountants die een klacht tegen een accountant in overheidsdienst ongegrond verklaarde. De klacht betrof een rapport opgesteld door betrokkene, dat ten grondslag lag aan het treffen van een bijzondere voorziening op basis van de Wet toezicht kredietwezen 1992.
Het College stelde vast dat betrokkene niet optrad als openbaar accountant, maar als toezichthouder bij De Nederlandsche Bank. Daarom werd het handelen van betrokkene uitsluitend getoetst aan hoofdstuk II van de Verordening Gedrags- en Beroepsregels registeraccountants 1994, met name artikel 5, dat betrekking heeft op de eer van de stand.
Appellanten betoogden dat het rapport ernstige materiële onjuistheden bevatte en dat betrokkene geen hoor en wederhoor had toegepast. Het College oordeelde echter dat het rapport niet zodanig onzorgvuldig was dat sprake was van schending van artikel 5 GBR Pro-1994. Tevens wees het College erop dat de civielrechtelijke rechtmatigheid van het rapport was bevestigd in eerdere procedures.
Gelet op deze overwegingen verwierp het College het beroep en bevestigde daarmee de beslissing van de raad van tucht.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de beslissing van de raad van tucht wordt verworpen.