ECLI:NL:CBB:2007:BB0128
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen registeraccountant wegens schending onafhankelijkheid en onzorgvuldige bindend adviesprocedure
De zaak betreft een klacht van klager, directeur van een schildersbedrijf, tegen een registeraccountant die optrad als bindend adviseur bij de vaststelling van de eindbalans en goodwill van een vennootschap onder firma (VOF). Klager stelde dat de accountant onvoldoende onafhankelijk was en onzorgvuldig handelde bij het opstellen van het bindend advies en de jaarstukken.
De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond, stellende dat de accountant slechts als bindend adviseur was opgetreden en dat een vaktechnisch verschil van inzicht geen grond voor tuchtrechtelijke sanctie is. Klager ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat de accountant door het afgeven van samenstellingsverklaringen tevens als openbaar accountant was opgetreden en dat hij zijn opdracht tot bindend advies niet had mogen aanvaarden vanwege het ontbreken van onpartijdigheid. Tevens was de accountant tekortgeschoten in het waarborgen van gelijke toegang tot informatie en het toepassen van hoor en wederhoor, waardoor klager benadeeld werd.
Het College vernietigde de beslissing van de raad van tucht, verklaarde de klacht gegrond en legde de maatregel van schriftelijke berisping op aan de accountant wegens schending van artikel 5 van Pro de Verordening gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994.
Uitkomst: De klacht tegen de registeraccountant wordt gegrond verklaard en er wordt een schriftelijke berisping opgelegd.