ECLI:NL:CBB:2011:BQ6053
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- R.F.B. van Zutphen
- M. Munsterman
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigt besluit weigering vakheffingsnota bloembollen
Appellante, een in Italië gevestigde onderneming, heeft over de jaren 2002 tot en met 2005 bloembollen gekocht in Nederland, zowel via veilingen als rechtstreeks. Over deze aankopen is vakheffing ingehouden door veilingen en verkopers. Appellante deed bij het Productschap aangifte en verzocht om oplegging van heffingsnota’s over deze jaren, maar verweerder weigerde dit en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Het geschil betreft de uitleg van de Verordening vakheffing bloembollen leverbaar, met name of verweerder verplicht is heffingsnota’s op te leggen nadat heffing reeds via veilingen is geïnd. Verweerder stelde dat een verzoek om heffingsnota’s tijdig moet worden gedaan, direct na afloop van het oogstjaar, en dat het verzoek van appellante te laat was.
Het College oordeelt dat de Verordening geen termijn stelt voor het doen van aangifte met verzoek om heffingsnota’s en dat er geen beleidsregels zijn die een termijn voorschrijven. Het standpunt van verweerder dat het verzoek onredelijk laat was, kan daarom niet worden gehandhaafd. Bovendien is de dubbele rechtsbescherming die voortvloeit uit de heffingssystematiek niet een reden om het verzoek af te wijzen.
Het College vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante en moet het griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen en proceskosten vergoeden.