ECLI:NL:CBB:2011:BR2939
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen afwijzing overproductie aanvullende verpleeghuiszorg 2006
Woonzorgcentrum Beatrix heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat haar bezwaar tegen een beschikking inzake de toepassing van de Beleidsregel CA-173 over de verrekening van gerealiseerde productie 2006 ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betreft de afwijzing van een deel van de overproductie aanvullende verpleeghuiszorg (AVZ) die zij samen met het zorgkantoor Drenthe had aangevraagd.
De Beleidsregel CA-173 voorziet in een eenmalige herschikking van onder- en overproductie in 2006, met een landelijk maximum van 33,9% aanvullende verpleeghuiszorg als percentage van het totaal aantal verzorgingsdagen. Appellante leverde 43% aanvullende zorg, terwijl zij aanvankelijk 25% had afgesproken. NZa honoreerde slechts het verschil tot 33,9%, waardoor een deel van de overproductie niet werd vergoed.
Appellante voerde aan dat de beleidsregel willekeurig en onvoldoende rekening houdend met regionale omstandigheden was toegepast, mede vanwege de zorgzwaarteproblematiek en het gebruik van mantelzorg in Drenthe. Het College oordeelt dat de Beleidsregel terugwerkende kracht heeft en dat de systematiek van macrobudgettering en contracteerruimte niet onaanvaardbaar is. Het landelijk gemiddelde als norm is redelijk en niet willekeurig, en regionale omstandigheden zijn voldoende meegewogen.
Het College concludeert dat NZa geen bijzondere omstandigheden heeft gemist die afwijking van de beleidsregel rechtvaardigen. Ook de financiële positie van appellante rechtvaardigt geen afwijking. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van Woonzorgcentrum Beatrix tegen de afwijzing van overproductie aanvullende verpleeghuiszorg 2006 wordt ongegrond verklaard.