ECLI:NL:CBB:2011:BR5050
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens ontbreken bewijs lagere Koreaanse offerte en bereikt subsidieplafond
Appellante heeft subsidie aangevraagd op grond van de Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw (TROS) voor de bouw van een containerschip. Bij de aanvraag was een verklaring van de opdrachtgever gevoegd waarin stond dat de Koreaanse offerte hoger was dan die van de Nederlandse werf, terwijl de regeling vereist dat de Koreaanse offerte lager moet zijn.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de vereiste verklaring ontbrak en het subsidieplafond op de eerste dag van de indienperiode was bereikt. Appellante stelde dat sprake was van een kennelijke verschrijving en dat verweerder onzorgvuldig handelde door de aanvraag af te wijzen. Ook werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel vanwege een eerdere ontvangstbevestiging.
Het College oordeelt dat de verklaring van de opdrachtgever van wezenlijk belang is en dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat er geen sprake was van een kennelijke verschrijving. De stelling van appellante dat het een feit van algemene bekendheid is dat Koreaanse offertes altijd lager zijn, wordt niet aanvaard. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de ontvangstbevestiging slechts betrekking had op een eerste toets en het subsidieplafond reeds was bereikt.
Daarmee is de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht gehandhaafd en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.