ECLI:NL:CBB:2011:BT7616
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen schadevergoeding na weigering taxivergunning afgewezen
Appellant, vennoot in een vennootschap onder firma, diende een aanvraag in voor een taxivergunning die aanvankelijk werd geweigerd. Na meerdere procedures vernietigde het College de weigeringen en werd de vergunning geweigering herroepen. Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding voor de periode van de onrechtmatige weigering.
Verweerder kende een beperkte schadevergoeding toe, bestaande uit gemaakte kosten plus wettelijke rente, maar wees vergoeding van gederfde inkomsten en immateriële schade af. Appellant betwistte de schadeperiode en de berekeningswijze, pleitte voor vergoeding tot eind 2007 en netto bedragen in plaats van bruto.
Het College stelde de schadeperiode vast van november 2006 tot en met december 2007 en oordeelde dat de berekening op basis van bruto-inkomsten het meest transparant en betrouwbaar is. De vergelijking toonde dat appellant in loondienst meer verdiende dan als zelfstandig taxi-ondernemer, waardoor geen vergoeding voor gederfde inkomsten toekomt. Vergoeding van immateriële schade werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de schadevergoeding van € 876,39 bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding van € 876,39 bevestigd.