ECLI:NL:CBB:2011:BT7618
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen ongegrondverklaring klacht tegen accountant wegens tijdsverloop en ontbreken tuchtrechtelijk verwijt
Appellanten dienden op 5 maart 2008 een klacht in tegen betrokkene, een accountant, over gedragingen in de periode februari tot en met mei 2005. De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond. Betrokkene voerde aan dat de klacht te laat was ingediend, maar het College stelde vast dat de klacht binnen de wettelijke bewaartermijn van zeven jaar viel en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de klacht niet inhoudelijk te behandelen.
Appellanten voerden meerdere grieven aan, waaronder het niet voeren van collegiaal overleg door betrokkene, het niet waarheidsgetrouw informeren tijdens onderhandelingen en de wijze van beantwoording van een brief door een medewerker van betrokkene. Het College oordeelde dat het niet voeren van collegiaal overleg niet in de oorspronkelijke klacht was opgenomen en daarom niet beoordeeld kon worden. Verder was betrokkene niet verantwoordelijk voor de gedragingen van zijn medewerker tijdens de onderhandelingen, en was er geen tuchtrechtelijk verwijt voor de beantwoording van de brief.
Het bewijsaanbod van appellanten om getuigen te horen werd gepasseerd omdat niet duidelijk was welke relevante feiten zij konden bijdragen. Het beroep werd uiteindelijk verworpen, waarbij het College zich baseerde op de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten zoals die gold tot 1 mei 2009, de Gedrags- en Beroepsregels Accountants-Administratieconsulenten en de Verordening gedragscode.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongegrondverklaring van de klacht tegen de accountant wordt verworpen.