ECLI:NL:CBB:2012:BV1541
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- B. Verwayen
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep na juridische fusie en procesvertegenwoordiging in bouwfraudezaak
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een hoger beroep tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het kader van het bouwfraudeonderzoek. Appellante sub 1, A B.V., had bezwaar gemaakt tegen een boetebesluit wegens overtreding van de Mededingingswet en stelde beroep in bij de rechtbank. Echter, A B.V. was per 20 december 2007 opgehouden te bestaan als rechtspersoon door een juridische fusie, waardoor zij geen rechtshandelingen meer kon verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en dit oordeel werd aangevochten in hoger beroep.
In hoger beroep stelde appellante sub 1 dat zij als entiteit nog steeds procesbevoegd was omdat zij ook de belangen van andere concernvennootschappen behartigde, en dat zij door het late overleggen van een uittreksel uit het handelsregister door NMa was overvallen, wat de goede procesorde zou schenden. Het College oordeelde dat het beroepschrift geen aanknopingspunten bood voor procesbevoegdheid van een dergelijke entiteit en dat het late overleggen van het stuk niet leidde tot schending van de goede procesorde, mede omdat appellante sub 1 ter zitting inhoudelijk heeft gereageerd en geen verzoek tot aanhouding heeft gedaan.
Daarnaast werd het hoger beroep van appellanten sub 2 niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen beroep bij de rechtbank hadden ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, wat volgens artikel 6:13 Awb Pro en 6:24 Awb vereist is. Het College bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante sub 1 wordt ongegrond verklaard en dat van appellanten sub 2 niet-ontvankelijk; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.