ECLI:NL:CBB:2012:BV3699
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M.M. Smorenburg
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing identificatieplicht Wet identificatie bij dienstverlening
Appellant verzocht de Minister om ontheffing van de identificatieplicht op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid). Dit verzoek werd door de Minister afgewezen en het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. Na diverse procedures, waaronder een vernietiging van een eerder besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak, handhaafde de Minister het afwijzingsbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzet deels af.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij opnieuw had moeten worden gehoord na de vernietiging van het eerdere besluit en dat de afwijzing van de ontheffing onterecht was. Tevens stelde hij dat de rechtbank ten onrechte geen kostenvergoeding had toegekend. Het College oordeelde dat de hoorplicht niet verplicht tot hernieuwde hoorzitting bij een nieuw besluit op bezwaar, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval was.
Verder bevestigde het College dat de Minister terecht het algemene belang van identificatie boven het individuele belang van appellant heeft gesteld. De weigering van ontheffing was gerechtvaardigd omdat appellant niet kon aantonen dat bijzondere omstandigheden een andere belangenafweging rechtvaardigden. Ook de klachten over kostenveroordeling faalden omdat deze niet in de bodemprocedure waren aangevoerd.
Het College verklaarde zich bevoegd, stelde het procesbelang vast ondanks dat appellant inmiddels over een identiteitsbewijs en bankrekening beschikt, en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de afwijzing van het verzoek tot ontheffing van de identificatieplicht en wijst het hoger beroep af.