ECLI:NL:CBB:2012:BW4991
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling boetebesluit bouwfraude en redelijke termijn overschrijding
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het kader van het bouwfraudeonderzoek naar illegale prijsafspraken in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). Het geschil spitst zich toe op de onjuiste tenaamstelling van het boeterapport en de gevolgen daarvan voor de rechten van verdediging van A B.V. en de andere betrokken ondernemingen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de onjuiste tenaamstelling in het rapport de rechten van verdediging niet had geschaad en had de boete vastgesteld, maar wel verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Appellanten voerden aan dat het rapport niet aan A B.V. was gericht en dat daardoor de boete niet kon worden opgelegd, terwijl NMa stelde dat appellanten zich bewust waren van het rapport en de procedure.
Het College overweegt dat het besluit van 9 november 2006 als primair besluit geldt en dat het ontbreken van A B.V. in het rapport niet betekent dat geen boete kan worden opgelegd, mede omdat A B.V. zich bewust was van het rapport en de procedure. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor het College de boete met 25% vermindert. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de boete betreft en het besluit wordt herroepen en aangepast.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de hoogte van de boete, die wordt verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn.