ECLI:NL:CBB:2012:BX6761
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling randvoorwaardenkorting GLB-inkomenssteun wegens niet-emissiearm uitrijden mest
Appellante, een landbouwmaatschap, kreeg voor 2009 een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op de GLB-inkomenssteun wegens overtreding van het emissiearm uitrijden van mest. Na bezwaar werd deze korting verlaagd naar 3%. Het College oordeelt dat het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang, nu het besluit is gewijzigd.
Feitelijk stond vast dat appellante mest op niet-emissiearme wijze had uitgereden, wat werd bevestigd door de Algemene Inspectie Dienst en niet betwist door de loonwerker. Appellante stelde dat zij niet nalatig was en dat de overtreding werd veroorzaakt door ongunstige omstandigheden buiten haar schuld. Het College oordeelde dat appellante onvoldoende toezicht hield op het loonbedrijf en dat zij als eigenaar en beheerder verantwoordelijk is voor de activiteiten op haar bedrijf.
De opgelegde korting van 3% is in overeenstemming met de relevante Europese regelgeving. Het beroep tegen deze korting werd ongegrond verklaard. Het College veroordeelde verweerder tot terugbetaling van het griffierecht, omdat het bezwaar tot verlaging van de korting heeft geleid. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de oorspronkelijke korting is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de herziene korting van 3% wordt ongegrond verklaard.