ECLI:NL:CBB:2012:BZ2029
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm aanwenden van dierlijke mest op grasland
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken waarin een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd wegens het niet-emissiearm aanwenden van dierlijke mest op grasland. Na bezwaar werd deze korting verlaagd tot 3%. De controle vond plaats op 6 maart 2010 door de Algemene Inspectiedienst, waarbij werd vastgesteld dat mest in strookjes breder dan 5 centimeter op het gras lag in plaats van tussen het gras op de grond.
Appellante voerde aan dat de overtreding niet was aangetoond, dat de loonwerker toestemming had om het werk af te maken en dat zij pas na 11 maanden op de hoogte werd gesteld zonder ontvangst van het controleverslag. Het College oordeelde dat de overtreding voldoende was vastgesteld, dat appellante als eigenaar en beheerder verantwoordelijk is voor het handelen van het loonbedrijf en dat het niet toezenden van het controleverslag geen verlaging van de korting rechtvaardigt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de korting van 3% op de rechtstreekse betalingen werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de randvoorwaardenkorting van 3% wegens niet-emissiearm aanwenden van mest wordt ongegrond verklaard.