ECLI:NL:CBB:2012:BZ2034
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.A.J. van Lierop
- E. Dijt
- E.M.H. Loozen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit bouwfraude wegens onvoldoende bewijs en overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een hoger beroep van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin het boetebesluit tegen A B.V. en B B.V. wegens deelname aan een kartel in de burgerlijke en utiliteitsbouwsector werd vernietigd. Het boetebesluit was gebaseerd op een rapport van de NMa over illegale prijsafspraken in de bouwsector in de periode 1998-2001.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om deelname van A B.V. en B B.V. aan het systeem van vooroverleg te bewijzen, mede omdat NMa pas ter zitting een belangrijke projectverklaring overlegde die niet tijdig aan de onderneming was toegezonden, wat strijdig was met de goede procesorde. Het College bevestigt dit oordeel en wijst op de noodzaak van tijdige bewijslevering.
Daarnaast beoordeelt het College de inhoud van het bewijs en concludeert dat NMa niet heeft voldaan aan haar eigen '2+2-regel', die vereist dat deelname wordt bevestigd door verklaringen van ten minste twee clementieverzoekers en schriftelijke bewijsstukken van twee bronnen. De schriftelijke bewijsstukken waren niet authentiek en niet opgesteld ten tijde van de overtreding, waardoor het bewijs onvoldoende is.
Verder oordeelt het College dat de redelijke termijn voor de bestuursrechtelijke en gerechtelijke procedure is overschreden met ruim twintig maanden, wat aanleiding geeft tot een verzoek om schadevergoeding. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en NMa veroordeeld in de proceskosten van C.
Uitkomst: Het hoger beroep van de NMa wordt ongegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs en overschrijding van de redelijke termijn.