ECLI:NL:CBB:2012:BZ5180
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- W.E. Doolaard
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Boete wegens verboden gebruik gewasbeschermingsmiddel chlorothalonil bevestigd en verlaagd
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een boete opgelegd aan Maatschap A wegens het in strijd met de wettelijke gebruiksvoorschriften gebruiken van het gewasbeschermingsmiddel chlorothalonil. De Algemene Inspectiedienst nam op 1 juli 2008 twee bladmonsters van appelbomen op het perceel van A. De analyse van het eerste monster door Rikilt wees op de aanwezigheid van chlorothalonil, waarvan A op 2 oktober 2008 werd geïnformeerd. Het tweede monster, een contramonster, werd op verzoek van A onderzocht door TNO-Bigg AgriQ, met een vergelijkbare uitkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van A gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat het tijdsverloop van drie maanden tussen monstername en bekendmaking van de resultaten onzorgvuldig was en A daardoor de mogelijkheid tot tegenbewijs werd ontnomen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt echter dat dit tijdsverloop niet tot onzorgvuldig handelen van de Staatssecretaris leidt, mede omdat het tweede monster op verzoek van A is genomen en er geen wettelijke plicht bestond om A op eigen initiatief te wijzen op die mogelijkheid.
Het College stelt vast dat de aanwezigheid van chlorothalonil niet kan worden verklaard door inwaaien van de stof van het naastgelegen perceel, dat wordt afgescheiden door een haag. Ook het feit dat de monstername slechts op een deel van het perceel plaatsvond doet niet af aan de overtreding. Het College vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt de boete vast op €1.500,- conform de geldende regelgeving op het moment van uitspraak, waarbij het eerdere boetebedrag van €2.000,- wordt verlaagd.
Uitkomst: De boete wegens verboden gebruik van chlorothalonil wordt vastgesteld op €1.500,- en het vonnis van de rechtbank vernietigd.