ECLI:NL:CBB:2013:BZ2886
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bedrijfstoeslag 2010 wegens ontbreken procesbelang
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin de bedrijfstoeslag voor 2010 werd vastgesteld. Appellant betwist de door verweerder vastgestelde oppervlakte van percelen waarop toeslagrechten zijn gebaseerd en stelt dat een te enge begrenzing is toegepast, waardoor een deel van het grasland ten onrechte buiten beschouwing is gelaten.
Verweerder heeft het bezwaar van appellant gedeeltelijk gegrond verklaard, maar stelt dat het geschil over de oppervlakte niet leidt tot een wijziging van de hoogte van de bedrijfstoeslag, waardoor het beroep niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Het College overweegt dat in eerdere jaren procesbelang werd aangenomen vanwege een voorschotbeslissing en latere definitieve vaststelling, maar dat in 2010 geen vergelijkbare onverwachte wijziging in meetmethoden heeft plaatsgevonden. Omdat appellant reeds het volledige beschikbare bedrag aan toeslagrechten heeft ontvangen, leidt een vergroting van de oppervlakte niet tot een wijziging van het rechtsgevolg.
Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Het College veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.