ECLI:NL:CBB:2013:BZ4264
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over toedeling bedrijfstoeslag bij dubbelgebruik landbouwpercelen
In deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak gaat het om de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010 voor appellant, waarbij percelen 4 en 10 niet als subsidiabele oppervlakte werden erkend vanwege een dubbelclaim door appellant en een maatschap E.
Verweerder stelde dat appellant onvoldoende autonoom gebruik maakte van de percelen, terwijl appellant stelde dat hij de percelen al vijftien jaar gebruikte voor mestuitrijding en graswinning, ondersteund door een gebruikersverklaring van de eigenaar. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de percelen met voldoende autonomie en feitelijk gebruik aan appellant konden worden toegerekend.
Het College volgde verweerder niet in diens stelling dat de percelen niet aan appellant konden worden toegerekend vanwege geringere beheershandelingen. Volgens het College is sprake van gezamenlijk gebruik en dient de oppervlakte verdeeld te worden conform artikel 34, vijfde lid, van Verordening (EG) nr. 1122/2009.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit niet op een zorgvuldig feitenonderzoek is gebaseerd en in strijd is met artikel 3:2 Awb Pro. Daarom draagt het College verweerder op binnen tien weken het besluit te herstellen met een deugdelijke feitelijke grondslag en het opnieuw aan het College toe te zenden.
Uitkomst: Het College draagt verweerder op het besluit te herstellen met een zorgvuldig feitenonderzoek en de percelen te verdelen conform de regelgeving.