ECLI:NL:CBB:2013:BZ4369
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Berisping voor heimelijk aanbrengen van afluisterapparatuur door accountant
In deze zaak stond het hoger beroep van een accountant centraal tegen een uitspraak van de accountantskamer die hem berispte wegens het heimelijk aanbrengen van afluisterapparatuur in een werkkamer waar een medewerker werkte. De klacht was ingediend door een derde partij en betrof het schenden van fundamentele beroepsbeginselen.
De accountantskamer oordeelde dat het heimelijk plaatsen van opnameapparatuur een ernstig tuchtrechtelijk verwijt opleverde, omdat dit in strijd is met integriteit en professioneel gedrag. Hoewel de accountant stelde dat er geen gesprekken van de medewerker waren opgenomen, stelde het College vast dat opnameapparatuur was geplaatst, dat er zonder toestemming opnames waren gemaakt en dat deze zijn gebruikt.
De accountant voerde aan dat de omstandigheden waaronder hij handelde, namelijk het beschermen van zijn onderneming tegen ondermijning door de medewerker, aanleiding moesten zijn voor een lichtere maatregel. Het College volgde echter de accountantskamer dat rekening was gehouden met deze omstandigheden en dat een berisping passend was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de berisping gehandhaafd bleef als passende sanctie voor het schenden van de fundamentele beginselen van het accountantsberoep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berisping gehandhaafd.