ECLI:NL:CBB:2013:BZ7868
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over subsidiabele oppervlakte bedrijfstoeslag 2010 en feitelijk gebruik landbouwgrond
Appellante, een landbouwer, had voor de bedrijfstoeslag 2010 een aantal percelen opgegeven met een totale oppervlakte van 28,78 ha, later verlaagd tot 21,64 ha. Verweerder wees het primaire besluit af omdat perceel 1 geheel niet subsidiabel zou zijn vanwege de locatie in een nieuwbouwgebied en vermeende onjuiste opgave. In het bestreden besluit werd de opzet afgewezen, maar bleef de afkeuring van het perceel en een extra korting gehandhaafd.
Appellante stelde dat perceel 1 wel degelijk als blijvend grasland werd gebruikt en zij beschikte over een gebruikersverklaring. Verweerder baseerde zijn oordeel op de functie van het perceel als onderdeel van een woonwijk in aanbouw, met reeds aangelegde wegen en woningen.
Het College oordeelde dat doorslaggevend is het feitelijk gebruik door de landbouwer en niet alleen de functie van het perceel. Appellante had aannemelijk gemaakt dat zij het perceel in 2010 voor landbouw gebruikte en verweerder had dit niet betwist. Het feit dat kavels inmiddels te koop werden aangeboden, zegt niets over de situatie in 2010.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 34, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en droeg verweerder op het besluit binnen vier weken te herstellen en opnieuw vast te stellen met inachtneming van het feitelijk gebruik van het perceel.
Uitkomst: Het College draagt op het besluit te herstellen en opnieuw vast te stellen op basis van feitelijk gebruik van het perceel als landbouwgrond.