ECLI:NL:CBB:2013:CA0934
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing chauffeurspas wegens verkeersongeval en VOG-vermoeden
Verzoeker, een taxichauffeur sinds 2002, kreeg zijn chauffeurspas geschorst na een verkeersongeval waarbij hij met lage snelheid een politieagent raakte, wat leidde tot lichamelijk letsel. Verweerder schorstte de pas op grond van vermoedens dat verzoeker niet langer aan de eisen voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voldoet en dat het handelen ernstig genoeg was om schorsing in het belang van veilig taxivervoer te rechtvaardigen.
Verzoeker betwist de ernst van het incident en wijst erop dat het een ongeluk betrof, waarbij hij niet strafrechtelijk is veroordeeld. Hij stelt dat de schorsing disproportioneel is en dat verweerder het onderzoek had moeten afwachten. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door het besluit te baseren op een verouderd wettelijk kader en zonder volledige kennis van de relevante feiten en processen-verbaal.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder niet heeft aangetoond dat er een reëel gevaar op herhaling bestaat en dat de belangenafweging ontbrak. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het schorsingsbesluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot schorsing van de chauffeurspas wordt geschorst.