ECLI:NL:CBB:2013:CA1477
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Matiging boete voor bezit niet-toegelaten biocide in hoger beroep
Appellant had een boete van €1.000 opgelegd gekregen wegens het voorhanden hebben van een niet-toegelaten biocide (rattengif). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft het College van Beroep het beroep deels gegrond verklaard en de boete gematigd tot €250, conform de gewijzigde regelgeving.
Het College oordeelde dat appellant als gebruiker moet weten of een biocide is toegelaten of geregistreerd, en dat het feit dat appellant het middel jaren geleden te goeder trouw had aangeschaft, geen grond biedt voor matiging. Ook het argument dat het middel in Engeland wel was toegelaten, werd verworpen vanwege de nationale toelatingsvereisten.
Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en tot terugbetaling van de betaalde griffierechten. De uitspraak bevestigt het belang van naleving van toelatingsregels voor biociden en de proportionaliteit van bestuurlijke boetes.
Uitkomst: De boete voor het voorhanden hebben van een niet-toegelaten biocide wordt gematigd tot €250 en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.