ECLI:NL:CBB:2014:144
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.M. Smorenburg
- H. Bolt
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ongegrondverklaring klacht over hoor en wederhoor in accountantsrapport
Appellant stelde een klacht in tegen een accountant over het proces van hoor en wederhoor en de wijze van rapportage in een onderzoek naar zijn functioneren als bestuurder en dat van de Raad van Toezicht (RvT) van een bouwvereniging.
De accountantskamer verklaarde de klacht ongegrond, waarop appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat de accountant de leden van de RvT afzonderlijk had moeten horen en het conceptrapport eerst aan hem had moeten voorleggen voordat het aan de RvT werd gezonden. Tevens stelde appellant dat het rapport onjuistheden bevatte, onder meer over salarisverhogingen.
Het College oordeelde dat het gezamenlijk horen van de RvT-leden en het gelijktijdig voorleggen van het conceptrapport aan zowel appellant als de RvT voldoende was voor hoor en wederhoor. Tevens was appellant voldoende gelegenheid geboden om te reageren. De stellingen over onzorgvuldigheden en onrechtmatige salarisverhogingen werden niet bewezen geacht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de klacht blijft ongegrond.