Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak op het hoger beroep van:
Staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatssecretaris)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
De uitspraak van de rechtbank
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant is door de staatssecretaris van Economische Zaken beboet wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat in 2009. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
In hoger beroep stond centraal of een perceel van een derde, waarvan appellant stelde dat het bij zijn bedrijf hoorde, tot de landbouwgrond van appellant gerekend kon worden. Het College oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat het perceel niet was opgegeven in de gecombineerde opgave en de achteraf opgestelde grondgebruikersverklaring onvoldoende bewijs bood. Ook aanvullende verklaringen, zoals die van een dierenarts, waren onvoldoende.
Verder werd geoordeeld dat de omissie binnen de maatschap die leidde tot de overschrijding van de gebruiksnormen geen bijzondere omstandigheid vormde die tot matiging van de boete zou leiden. Het College bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de opgelegde boete van € 14.048,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boete van € 14.048 wordt bevestigd.