ECLI:NL:CBB:2014:437
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.E. Doolaard
- M. Munsterman
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klachten wegens overschrijding termijn in tuchtzaak accountant
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde hoger beroepen tegen een uitspraak van de accountantskamer waarin klachten van een groep cliënten en het Openbaar Ministerie tegen een registeraccountant waren gegrond verklaard en een tijdelijke doorhaling van de inschrijving was opgelegd.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van de klachten, waarbij het College oordeelde dat de klachten niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar na constatering van het tuchtrechtelijk verwijtbare handelen waren ingediend. Het College verduidelijkte dat de termijn aanvangt bij de constatering van het handelen of nalaten, ook als de klacht pas later nader geconcretiseerd kan worden.
De feiten betroffen vermoedens van onregelmatigheden binnen een groep ondernemingen, waarbij de accountant onvoldoende controle zou hebben verricht. Het College stelde vast dat de klagers al vóór de termijn van drie jaar voldoende feiten hadden om een vermoeden te baseren en dat de klachten slechts nadere concretiseringen waren, waardoor ze niet ontvankelijk waren.
Het College vernietigde de uitspraak van de accountantskamer en verklaarde de klachten niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.
Uitkomst: Klachten tegen accountant worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn.