ECLI:NL:CBB:2015:399
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang voor opvang en verzorging van schapen afgewezen
Appellant hield twaalf schapen die in slechte conditie verkeerden, waarop verweerder bestuursdwang toepaste en de dieren in bewaring nam. Verweerder bracht de kosten voor opvang en verzorging van de schapen bij appellant in rekening over de periode van 8 november 2012 tot en met 17 juni 2013. Na bezwaar werd dit bedrag verlaagd tot kosten tot 1 april 2013.
Appellant stelde dat de schapen op 20 december 2012 waren vrijgegeven en dat kosten daarna niet meer aan hem konden worden toegerekend. Verweerder verwees naar een dierenartsverklaring die stelde dat de schapen toen nog niet gezond genoeg waren voor vrijgave. Het College oordeelde dat afstand doen van de dieren niet betekent dat kosten daarna niet meer bij appellant kunnen worden gebracht, en dat de schapen pas op 4 maart 2013 gezond waren.
Verder voerde appellant aan dat de kosten exorbitant hoog waren. Het College stelde vast dat de kosten waren berekend conform vastgestelde tarieven, onderbouwd met facturen, en dat verweerder de kosten na 1 april 2013 grotendeels zelf heeft gedragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de kosten bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kostenverrekening bevestigd.