Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2016 in de zaak tussen
de Stichting Bartholomeus Gasthuis, te Utrecht, appellante,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
Onevenredige gevolgen
De NZa kan een beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid slechts honoreren als sprake is van bijzondere omstandigheden en onevenredige gevolgen, uitgaand boven datgene dat reeds in de overgangsperiode en de overgangsregeling is verdisconteerd en niet vallend in de categorie omstandigheden die bewust niet zijn meegenomen.” (Voorhangbrief, p. 15)
Uit het besluit van CVZ blijkt niet dat bij aflossing van de annuïtaire lening het recht op de jaarlijkse vergoeding zou vervallen. Appellante heeft, voordat de lening werd afgelost, overleg gepleegd met verweerster. De aflossing van de lening kan haar dan ook niet worden tegengeworpen. Uit de op 22 september 2008 gemaakte afspraak dat verweerster zich voor de jaren 2009 en volgende zou beraden over de verwerkingswijze van de vergoeding, heeft appellante slechts begrepen dat verweerster zich zou beraden over de uitvoeringssystematiek. Aangezien de vergoeding buiten de ZZP-bekostiging voor (regulier) onderhoud en de NHC-vergoeding voor kapitaallasten valt, kan in de komst van de ZZP en de NHC geen geldig argument worden gevonden om het CVZ-besluit halverwege de looptijd buiten werking te stellen. Appellante heeft in haar business-case ook steeds op de betreffende vergoeding gerekend. Verweerster heeft niet de bevoegdheid om deze vergoeding uit beleidsmatige overwegingen eenzijdig te staken. Verweerster veronderstelt ten onrechte dat voor voortzetting van de vergoeding een nieuw besluit noodzakelijk zou zijn waarbij appellante de aanspraak op de vergoeding opnieuw tot in detail zou moeten aantonen en beargumenteren. Appellante heeft reeds aangegeven dat de onderhoudskosten van haar monumentale pand niet zijn afgenomen. Uit productie 23 blijkt dat er op grond van een meerjarenplanning ongeveer € 205.000,-- per jaar voor onderhoud dient te worden gereserveerd, terwijl er in het budget slechts € 185.000,-- per jaar beschikbaar is.
Nu de bekostiging van de kapitaallasten voor alle zorginstellingen ingrijpend is gewijzigd, in die zin dat niet langer de overheid verantwoordelijk is voor de kapitaallasten van de zorginstellingen, maar dat de zorginstellingen op basis van integrale, productieafhankelijke tarieven zelf keuzes dienen te maken met betrekking tot de gebouwen van waaruit zij werkzaam zijn en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten, in welk kader bijzondere vergoedingen aan instellingen in beginsel zijn beëindigd, heeft verweerster ook mogen overgaan tot beëindiging van de bijzondere vergoeding aan appellante. Het feit dat voor appellante onder het oude kapitaallastenregime een bijzondere regeling is getroffen, betekent niet dat zij er zonder meer aanspraak op kan maken, dat het nieuwe regime op haar niet van toepassing zou zijn