Verzoeker, houder van een Taxxxivergunning voor de Amsterdamse opstapmarkt, kreeg zijn vergunning voor de duur van één maand geschorst wegens gevaarlijk rijgedrag en bedreiging van een toezichthouder. Dit besluit werd genomen na een incident waarbij verzoeker met hoge snelheid rakelings langs een BOA reed en zich onttrok aan een staande houding.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat hij geen overtreding had begaan en dat de schorsing zijn financiële belangen ernstig schaadde. Tijdens de zitting werd een BOA als getuige gehoord en werden door verzoeker getuigenverklaringen ingebracht, maar deze getuigen werden niet gehoord vanwege de spoedeisendheid.
De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang aanwezig maar vond de verklaringen van de verbalisant doorslaggevend. Uit het rapport en de zitting bleek dat verzoeker gevaarlijk rijgedrag vertoonde, wat voldoende grond was voor de schorsing. De belangenafweging van verweerder werd als toereikend beoordeeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.