Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 augustus 2016 in de zaak tussen
de vennootschap onder firma Firma [naam] , te [plaats] , appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Veiligheid en Justitie).
Procesverloop
Overwegingen
Bij het later opmaken van de diverse rapporten realiseerde ik mij dat ik geen hercontrole had gedaan voor het hermerken van deze dekram. Ik heb daarom op 21 augustus nogmaals het bedrijf bezocht. De aanwezige dekrammen die ik aantrof hadden allen nu twee merken. Of de betreffende ram hierbij was kon ik nooit met volledige zekerheid vaststellen.
Ik heb op 21 augustus ook kort met de houder gesproken en heb hem verteld dat dit bezoek plaatsvond omdat ik na 02-07-2013 niet had vastgesteld of de betreffende ram daadwerkelijk hermerkt was.
De houder gaf desgevraagd aan dat de betreffende ram hermerkt was. Ik herinner mij dat ik letterlijk heb medegedeeld dat ik in mijn rapport zou vermelden dat, hoewel de vaststelling en afronding van de controle nu wel laat plaatsvond, het hermerken tijdens de controle had plaatsgevonden. (…)”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,-- aan appellante te vergoeden;
€ 992,--;