Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2016 op het hoger beroep van:
[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigden: drs. J.H.M. Demmer en mr. E.F. van Hasselt),
appellante
en
Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
1.2 Bij besluit van 29 mei 2013 heeft AFM appellante een bestuurlijke boete van € 100.000 opgelegd vanwege overtreding van artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Volgens AFM heeft appellante in de periode van 15 november 2011 tot en met 30 december 2011 in de uitoefening van een beroep of bedrijf van consumenten inschrijfformulieren ontvangen waarmee deze consumenten kenbaar maakten tegen betaling van € 10.000 of een veelvoud daarvan één of meerdere verhandelbare deelnemingsrechten (hierna ook wel: participaties) te willen aanschaffen en als commanditair vennoot toe te willen treden tot [naam 3] C.V. ( [naam 3] ), waarna appellante deze inschrijfformulieren heeft doorgegeven aan [naam 4] B.V., de bewaarder van [naam 3] , en voor iedere participatie van € 10.000 een provisie van € 2.800 heeft ontvangen van [naam 5] B.V ( [naam 5] ), de beherend vennoot van [naam 3] . Appellante heeft zodoende in voormelde periode beleggingsdiensten verleend, terwijl een daartoe strekkende vergunning ontbrak, aldus AFM.
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Overtreding
De boete
Beslissing
mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. S.D.M. Michael, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2016.