ECLI:NL:GHDHA:2019:1761
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over effectenlease en onrechtmatige orderdoorgeving door tussenpersoon
Appellante sloot in 1998 een effectenleaseovereenkomst met een rechtsvoorgangster van Dexia. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen had voldaan. De kantonrechter wees deze vordering toe, maar appellante ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat Dexia onrechtmatig handelde door orders te accepteren van een tussenpersoon (Aristo) die niet beschikte over de vereiste vergunning als orderremisier. Hierdoor viel de eigen schuld van appellante volledig weg. Dexia had de overeenkomst niet mogen aangaan en moest appellante volledige schadevergoeding betalen, onder aftrek van fiscaal voordeel.
De grieven van appellante over misbruik van recht en klachtplicht faalden, maar de grief over de rol van de tussenpersoon slaagde. Het hof veroordeelde Dexia in de proceskosten en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Dexia af wegens onrechtmatige orderdoorgeving en veroordeelt Dexia tot schadevergoeding aan appellante.