ECLI:NL:GHDHA:2019:216
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep aandelenleaseovereenkomst wegens onrechtmatige orderdoorgeving en eigen schuld
Appellant sloot in 2001 een aandelenleaseovereenkomst met Dexia via de tussenpersoon PMA Consultancy B.V. Dexia stelde een eindafrekening op met een restschuld en betaalde een deel van de maandtermijnen en dividendvergoeding. Appellant vorderde volledige schadevergoeding wegens onrechtmatige handelwijze van Dexia, onder meer omdat PMA als orderremisier optrad zonder vergunning.
De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat het doorgeven van orders door PMA aan Dexia buiten de vrijstelling voor cliëntenremissiers viel en daarmee in strijd was met art. 41 Nadere Pro Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Dexia had moeten weten dat PMA niet over de vereiste vergunning beschikte en handelde daarmee onrechtmatig.
Het hof oordeelde dat de eigen schuld van appellant hierdoor geheel wegvalt, omdat de overeenkomst niet tot stand zou zijn gekomen als Dexia het verbod had nageleefd. Tevens werd appellant een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toegekend en werd rekening gehouden met een fiscaal voordeel. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van Dexia af, waarbij Dexia werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van Dexia af wegens onrechtmatige orderdoorgeving, waarbij de eigen schuld van appellant vervalt.