Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 maart 2017 op het hoger beroep van:
Stichting Autoriteit Financiële Markten, te Amsterdam, appellante (AFM)
AFM
en
[naam 1] B.V., te [plaats] ( [naam 1] )
Procesverloop in hoger beroep
mr. G. Doppenberg, werkzaam bij AFM. [naam 1] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden.
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
4 december 2014 vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 10 juli 2014 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 4 december 2014. De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen:
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
3 april 2012 bevestigd. De vergoedingen die [naam 1] in rekening heeft gebracht zijn derhalve kennelijk onredelijk. Dat [naam 1] geen urenregistratie heeft bijgehouden, is niet van belang en is haar ook niet tegengeworpen.
2.3 Wijzigingen provisieregels
Beslissing
mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. S.D.M. Michael, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2017.