ECLI:NL:CBB:2017:13
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing bedrijfstoeslag voor perceel als landbouwgrond
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin de bedrijfstoeslag voor het jaar 2012 werd verlaagd doordat perceel 15 niet als subsidiabele landbouwgrond werd aangemerkt. Appellant stelde dat het perceel wel degelijk voor landbouwactiviteiten werd gebruikt en dat het recreatieve gebruik als crossbaan ondergeschikt was.
Het College heeft vastgesteld dat op luchtfoto's uit 2011 tot en met 2013 duidelijke sporen van crossactiviteiten zichtbaar zijn, die niet incidenteel zijn. Hierdoor kwalificeert het perceel als crossbaan en niet als landbouwgrond. De enkele aanwezigheid van landbouwactiviteiten, zoals bemesting en grasmaaien, leidt niet tot subsidiabele landbouwgrond.
Het beroep op artikel 21b van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, dat stelt dat grond die niet meer dan 90 dagen per jaar voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt toch als landbouwgrond kan worden aangemerkt, behoeft geen verdere behandeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bedrijfstoeslag voor perceel 15 als landbouwgrond wordt ongegrond verklaard.