Utility Support Group B.V. (USG) stelde dat TenneT ten onrechte aansluit- en transporttarieven bij haar in rekening had gebracht over de periode 1 januari 2008 tot 1 januari 2014. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) verklaarde deze klacht ongegrond, waarna USG beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat de zaak grotendeels overeenkomt met een eerdere uitspraak van 1 december 2016, waarin een soortgelijke klacht van USG tegen Enexis werd afgewezen. De feitelijke situatie van de aansluitingen op het net van TenneT was vergelijkbaar met die bij Enexis en het toepasselijke nationale en Europese recht was gelijk, waarbij de Tweede en Derde Elektriciteitsrichtlijn van toepassing zijn.
Het College bevestigde dat ACM terecht heeft geoordeeld dat TenneT niet in strijd met de Elektriciteitswet handelde door aansluit- en transporttarieven in rekening te brengen. Tevens verwierp het College het standpunt van USG dat bepalingen uit de richtlijnen rechtstreekse werking en horizontale werking hebben, en dat er sprake zou zijn van discriminatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.