Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 november 2017 in de zaak tussen
V.O.F. [naam 1] , te [plaats] , appellante
minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
a. het verkrijgen, vervreemden en het aangaan, wijzigen of beëindigen van huurovereenkomsten ter zake van registergoederen, machines en installaties, tot het bedrijf van de vennootschap behorende;
b. het verstrekken van geldleningen en/of het ter leen opnemen van gelden anders dan op de gewone rekening bij de bank van de vennootschap;
c. het aangaan van borgtochten, het doen van speculaties, het voeren van rechtsgedingen (met uitzondering van rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden, zoals korte gedingen en conservatoire beslagen) en het berusten in tegen de vennootschap aanhangig gemaakte rechtsvorderingen, het sluiten van dadingen, compromissen of akkoorden, en het opdragen van de berechting van geschillen met derden aan scheidslieden;
d. alle belangrijke handelingen de vennootschap betreffende en het ondernemen van die zaken, die behoren tot de gewone werkkring van de vennootschap. "
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334,- aan appellante te vergoeden;