ECLI:NL:CBB:2018:137
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij niet aanvragen uitbetaling van perceel in GLB-betalingsrechten
Appellante heeft in 2015 een aanvraag ingediend voor uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor tien van elf percelen die zij in gebruik had. Voor perceel 6 werd geen uitbetaling gevraagd, wat zij later als een kennelijke fout betoogde. Verweerder wees het bezwaar af omdat het verzoek tot aanpassing pas in de bezwaarfase werd ingediend en alleen gehonoreerd kan worden bij een kennelijke fout zoals omschreven in de Uitvoeringsverordening 809/2014.
Het College hanteert het werkdocument van de Europese Commissie om te beoordelen of sprake is van een kennelijke fout. Volgens dit document moet een tegenstrijdigheid in de aanvraag bij een summier onderzoek direct opvallen en redelijkerwijs uitgesloten zijn dat het de bedoeling was. Het verschil tussen de aangevraagde oppervlakte en de toegekende betalingsrechten was niet zodanig dat dit direct opviel. Bovendien is het mogelijk dat appellante bewust geen uitbetaling voor dat perceel heeft aangevraagd.
Appellante stelde dat het vinkje voor uitbetaling mogelijk door een softwarefout was weggevallen, maar kon dit niet onderbouwen. Het College volgt verweerder in de redenering dat het niet aan verweerder is om zich in de motieven van appellante te verdiepen en dat het niet aanvragen van uitbetaling niet automatisch een kennelijke fout is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een kennelijke fout bij het niet aanvragen van uitbetaling voor perceel 6.