ECLI:NL:CBB:2017:371
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op wijziging aanvraag betalingsrechten wegens ontbreken kennelijke fout
Appellante heeft in 2015 een aanvraag ingediend voor uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor landbouwgrond, waarbij zij niet voor alle percelen uitbetaling had aangevraagd. Verweerder kende haar betalingsrechten toe op basis van de geconstateerde landbouwgrond, maar betaalde alleen uit voor de percelen waarvoor appellante expliciet had verzocht. Appellante stelde dat zij door een kennelijke fout per abuis niet voor alle percelen had aangevraagd en verzocht om correctie.
Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de aanvraag binnen de wettelijke termijn niet was aangepast en er geen sprake was van een kennelijke fout zoals bedoeld in de relevante EU-verordening. Het College bevestigde dit oordeel en overwoog dat het verschil tussen de aangevraagde en beschikbare betalingsrechten te groot was om van een vergissing te spreken. Bovendien had appellante tweemaal een aanvraag ingediend met dezelfde fout, wat het aannemelijk maken van een kennelijke fout weerlegt.
Het College benadrukte dat een landbouwer vrij is om niet voor alle rechten uitbetaling te vragen en dat het niet aan de overheid is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken. De aanvraagprocedure is zo ingericht dat percelen standaard zijn aangevinkt en een bewuste handeling nodig is om deze uit te vinken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een kennelijke fout in de aanvraag.